Voorbereiden op een Klei Animatie Workshop (uitgebreid)

Leuk dat je meedoet aan een Klei Animatie Workshop! Op deze pagina lees je wat je moet doen om je voor te bereiden op de workshop. We leggen uit wat voor verhaal je met de klas mag verzinnen, hoe je de achtergrond en de personages maakt en hoe je de taken kan verdelen. De voorbereidingen kosten ongeveer een á twee dagdelen.

In de workshop werken we met onze zelf ontwikkelde Animatie Studio’s. Je maakt met de hele klas samen één film. En je werkt met zijn tweeën of drieën aan een scene uit de film. Deze scene’s vormen samen de hele film. In de les gebruik je daarvoor een Animatie Studio en een iPad. Deze spullen nemen wij natuurlijk mee als we de workshop komen geven. De film die je als klas maakt duurt in totaal ongeveer een minuut. Sommige dingen in de film liggen vast, andere dingen mag je zelf invullen. Daarover lees je hieronder meer.

Een Road Movie.

Het verhaal dat je gaat maken is een zogeheten “road movie”. Dat is een film waarbij de hoofdpersoon steeds onderweg is. Jullie hoofdpersoon, het rode figuurtje van het Kleigaaf Animatiefestival, is onderweg van de bergen naar de zee. Onderweg komt hij door verschillende landschappen, acht in totaal. Jullie mogen zelf verzinnen waarom de hoofdpersoon onderweg is. Misschien wordt hij achtervolgd, of is hij ergens naar op zoek. Of misschien heeft hij een andere reden. Jullie mogen de hoofdpersoon in jullie film ook een naam geven.

Naast de hoofdpersoon mag je ook andere personages in de film laten spelen. Misschien is de hoofdpersoon samen met iemand anders op reis. Of komt hij onderweg anderen tegen. Bedenk alleen niet teveel personages. Jullie maken een korte animatiefilm, en als je daarin teveel personages laat spelen wordt het misschien verwarrend.

Opdracht: bedenk het verhaal, de naam van de hoofdpersoon en de eventuele andere personages die in jullie film voorkomen.

De Landschappen.

Als je als klas bedacht hebt hoe de hoofdpersoon heet, en waarom hij onderweg is, dan is het tijd om de klas in groepen te verdelen. Acht groepen in totaal, want er zijn acht landschappen te verdelen. Elk groepje maakt namelijk één landschap en animeert het deel van de film dat zich in dat landschap afspeelt. Zo maakt elk groepje een klein stukje van de film. Wij plakken na de workshop deze stukjes in de goede volgorde achter elkaar, waarmee de film een geheel is.

De landschappen komen in een vaste volgorde achter elkaar in de film. Namelijk zo:

  1. De Bergen
  2. De Heuvels
  3. De Woestijn
  4. Het Grasland
  5. De Rivier
  6. De Duinen
  7. Het Strand
  8. De Zee

Elk groepje krijgt een eigen landschap toegewezen. Je mag dan met je groepje bepalen wat er in jouw deel van de film gebeurt. Als het maar wel past binnen het verhaal dat je met de klas hebt bedacht.

Opdracht: verdeel de klas in acht groepjes en verdeel de landschappen.

Het verhaal in jouw landschap.

In je film vertel je een verhaal. Tijdens onze workshop kan je met je groepje een scene van tussen de 10 en 20 seconden maken als je goed door werkt. Dat betekent dat je een simpel verhaaltje moet verzinnen. Verder moet jouw verhaal goed aansluiten op het verhaal van het landschap vóór jullie scene. Dus je moet met het groepje dat dát deel van de film maakt afspreken hoe je de films op elkaar laat aansluiten. Bijvoorbeeld door de hoofdpersoon in de ene scene aan het einde rechts het beeld uit te laten lopen, en hem in de volgende scene aan het begin links het beeld in te laten lopen. Dan loopt de hoofdpersoon van het ene naar het andere landschap, zoals in een road movie hoort.

Verder wordt er in je film niet gepraat. Je verhaal moet dus te begrijpen zijn zónder tekst. Een goed voorbeeld van leuke, korte en eenvoudige animatie filmpjes is Purple and Brown, van Aardman Studio’s. Jullie film wordt natuurlijk heel anders, maar je kan uit Purple and Brown wel goede inspiratie halen voor hoe je je figuurtjes kan vormgeven en hoe je een verhaal kan vertellen zonder tekst.

Opdracht: Bedenk met je groepje wat de hoofdpersoon in jullie landschap meemaakt. Zorg ervoor dat dit past in het verhaal dat je als klas verzonnen hebt, zodat het één geheel wordt.

Je eigen achtergrond.

Samen met je groepje maak je het landschap waarin jullie deel van de film zich afspeelt. Dat doe je door te schilderen, knippen en plakken. De basis van je landschap is een achtergrond papier. We werken met achtergronden van 65 cm breed en 50 cm hoog. Wat je ook doet, het is handig om ons instructiefilmpje even te kijken. Daarin leggen we uit waar je op moet letten bij het maken van je eigen achtergrond, én we laten zien hoe we in de les met de Animatie Studio’s werken en wat voor resultaten dit oplevert.

De filmpjes die je in onze instructievideo zag zijn gemaakt met onze standaard achtergronden, die we in gewone animatie workshops gebruiken. Omdat jullie je eigen achtergrond maken wordt jullie film dus nóg specialer. En omdat jullie met de hele klas samen werken wordt je film ook een stuk langer!

Waar je verder bij het maken van je achtergrond aan moet denken, is dat de camera niet de héle achtergrond ziet. De lucht achteraan is bijna helemaal in beeld, maar van de voorgrond helemaal onderaan is alleen het midden in beeld. Maak dus niet een achtergrond met heel veel details links en rechts vooraan, want dat komt niet goed in beeld.

Opdracht: Maak met je groepje het landschap waarin je scene zich afspeelt.

De Personages.

Naast een achtergrond heb je natuurlijk ook personages nodig in je film. Jullie film heeft één hoofdpersoon, die in alle scene’s voorkomt. Omdat je allemaal tegelijk gaat animeren, hebben we dus in totaal acht hoofdpersonen nodig, voor elk groepje één! Elk groepje maakt dus in ieder geval de hoofdpersoon. Deze moet er natuurlijk in elk van de acht delen van de film hetzelfde uit zien. Wij hebben een voorbeeld gemaakt van een hoofdpersoon. Maar je mag natuurlijk ook zelf met de klas een andere hoofdpersoon ontwerpen. Als hij maar makkelijk te maken is en er in elke scene hetzelfde uitziet.

Daarnaast maak je ook de andere personages die in je film voorkomen. Die mag je natuurlijk zelf verzinnen! Het is slim om figuurtjes te maken die makkelijk te maken zijn. Tijdens het animeren vervorm je ze namelijk steeds en dan is het handig als je ze snel weer kan repareren. Figuurtjes moeten makkelijk blijven staan als je ze neerzet. Als ze steeds omvallen is het lastig er goede foto’s van te maken. Bewaar de figuurtjes in een afgesloten plastic bakje, anders drogen ze uit en kan je er niet goed meer mee animeren.

Opdracht: Maak de personages die in jouw scene voorkomen. Bewaar ze goed in een afgesloten plastic bakje.

Klaar voor de start!

Je bent nu voorbereid op de workshop Animatie. Tijdens de workshop leggen we uit hoe de iPad animatie app werkt, en geven we nog wat tips. Maar de belangrijkste tip geven we nu alvast: je film wordt alleen écht goed, als je goed samenwerkt. Tot in de les!